Hier in dit voorbeeld is de stippenstof de strook die als ruche aan de wolwitte stof wordt genaaid.
Vuistregel voor ruches:
afhankelijk van het rimpeleffect wordt een strook van 3 - 4 cm breed (of naar wens breder of smaller) twee tot drie keer zo lang geknipt als de uiteindelijke ruche moet worden.
Werk de strook aan beide lange kanten af met een rolzoompje of een gewoon klein zoompje (vergeet niet de naadtoeslag aan te knippen).
Zet de draadspanning lager en kies de grootste steeklengte.
Stik twee rimpelnaden met een rechte steek. Beide 0,5 cm vanaf het midden = de afstand tussen beide rimpelnaden is 1 cm.
Hecht de draden aan het einde NIET af en knip ze lang af.
Draai de draden aan één kant van de strook om een speld in de vorm van een 8.
Of:
leg een knoop in de uiteinden.
Laat de draden aan de andere kant los.
Aan deze kant worden nu de onerdraden (zwart garen) tegelijk aangetrokken. Zo gaat de strook rimpelen.
Als de gewenste lengte van de ruche is bereikt kunnen de rimpeldraden ook vastgezet worden. .
Verdeel de plooitjes regelmatig over het hele stuk.
Leg de ruche op de gewenste plaats van de stof en speld hem met dwarsgestoken spelden vast.
Stik nu de ruche - tussen de beide rimpeldraden in - vast.
Stik met een rechte steek of zigzagsteek, maar ook een mooie siersteek is leuk om te gebruiken! Vergeet niet de draadspanning en steeklengte terug te zetten.
Haal de beide rimpeldraden weg.
Als de draden aan elkaar geknoopt zijn, knip dan gewoon de knoop weg. Als de draden in een 8 zijn gedraaid, haal dan alleen de spelden weg.
De rimpeldraden zijn nu heel gemakkelijk te verwijderen: trek eest de onderdraad er uit en daarna de bovendraad.
Er kan voor de sier ook een zigzagbandje of een ander bandje op de ruche worden genaaid. Gebruik een plakstift om hem even vast te zetten vóór het naaien.
Fluweel en geweefde bandjes kunnen het beste met een gewone rechte steek vastgezet worden of met een siersteekje. Zigzagband is mooier met een zigzagsteekje of een driedelige zigzagsteek.